Het Heilig Kruisspel van Galmaarden

Eerste Bedrijf:
De Gravin van Galmaarden maakt moeilijke uren door, daar de Graaf reeds vele jaren op kruistocht is met Hertog Filips de Goede. De goede raad van pastoor noch baljuw kunnen iets aan die toestand veranderen. Doch het lange wachten neemt een einde wanneer de Graaf ongedeerd Galmaarden bereikt en hij een stuk van het kruishout van Christus aan de kerk van Galmaarden schenkt. Hierop wordt gedanst en gefeest, waarna het kruis, na door een zilversmid in een groot reliekkruis te zijn gevat, plechtig in processie naar de kerk wordt gebracht. Als domper op de feestvreugde brengt de bode het nieuws dat de Gentenaars zijn opgestaan tegen hun Hertog, zodat de Graaf samen met de Heer de Lalaing naar Oudenaarde moet om 's Hertogs leger te versterken.
Intussen zijn Jan en Klaas, twee boeven, op zoek naar eten en geld. Een eenzame bedevaarder, rijk en jong, is hun gedroomde buit. Ei zo na worden ze bij de lurven gevat en verkiezen voor een tijdje het land te verlaten.

Tweede bedrijf:
Intussen maken plunderende en zwervende benden Gentenaars de streek onveilig. Het is vooral Galmaarden dat zij hebben uitgekozen om hun slag te slaan, daar de Graaf de zijde van de Hertog heeft gekozen. De boeren en jonge mannen verdedigen zich zo goed als 't gaat, maar moeten na een hevig gevecht de wijk nemen. Teleurgesteld door deze vlucht, plunderen de Gentenaars de kerk en stelen het H.Kruis. Maar op hun weg aan de Sint-Pauluskapel gebeurt er een eerste mirakel: het H. Kruis begint de dieven het leven onmogelijk te maken zodat deze er niets beter op vinden dan het in de nabijgelegen poel te werpen.

Derde bedrijf:
Jan en Klaas zijn ondertussen in Pruisen geraakt waar zij zich tot een kluizenaar wenden om vergiffenis en pardon van hun moorderij te verkrijgen. Door de profetie van deze heilige man komen zij te weten dat het H.Kruis in de Sint-Pauluspoel ligt.
De herders en herderinnen van dit gehucht was het meermaals opgevallen dat de vogels daar wondermooi floten, teken dat er wat bijzonders schuilde, waarop het antwoord van de pastoor luidt dat zij beter thuis zouden helpen en ter leringe zouden gaan in plaats van met ijdelheden hun tijd te verslijten.
Na een lange zwerftocht komen beide broers-moordenaars aan de poel waar zij onmiddellijk beginnen deze te ruimen. Maar het werken niet gewoon zijnde, besluiten zij eerst hun brieven van pardon aan de Baljuw te laten zien. Het zijn de jonge mannen die met de hulp van de boeren en de kapellenmeester het H.Kruis uit de poel te voorschijn halen. Fier weren zij zich zowel tegen de kerk als de wet om het H.Kruis, dat zij gevonden hebben, in hun kapel te laten.Tenslotte wanneer de Baljuw dreigt, leggen zij zich neer bij het verzoek om het H.Kruis terug naar de kerk te brengen.

Vierde bedrijf:
Het Galmaards volk heeft Jan en Klaas links laten liggen en door honger en armoe gedreven, trekken zij er op een nacht op uit om langs een raam de kerk binnen te breken en het H.Kruis te roven. Zij vluchten ermee naar het Merk-Broek-Gat om er het zilver af te breken, maar daar gebeurt het wonder! Klaas begint te zwellen zodat hij barst en een pijnlijke dood sterft, terwijl Jan met blindheid wordt geslagen. Op zijn hulpgeroep komt de wet hem aanhouden en brengt de pastoor het geschonden H.Kruis terug naar de kerk.

Vijfde bedrijf:
Voor de tweede maal verschijnen de Gentenaars, maar door een sluw handelen van de Baljuw en de wet kan een overeenkomst gesloten worden zodat het dorp gespaard blijft. Uit schrik en uit haat anderzijds om het mislukken van het stelen van het H.Kruis, besluit de hoofdman de kerk te plunderen. Maar door een bliksemlicht wordt de toegang hen ontzegd en vliegt het H.Kruis uit hun handen weg. Verbijsterd door 't gebeuren, blazen zij de aftocht. Alhoewel inwoners het mirakel hebben zien gebeuren wordt het door de pastoor als louter fantasie afgewimpeld. Ten laatste wordt er toch een onderzoek ingesteld en het H.Kruis wordt tussen twee brandende toortsen aan de Houwerikbron teruggevonden. Kort daarop keert de Graaf met de Gravin terug naar Galmaarden, want er is met de Gentenaars een vrede gesloten. Het wordt de allerblijdste dag die Galmaarden zich ooit kon indenken.

Rolverdeling:

Gravin: Lutgarde Cammaert
Louise: Denise Leirens
Pastoor: Adolf De Jonge
Baljuw: Gilbert Pletinckx
Bode: Luc Decoster
Wapenknechten: Raymond Demeulemeester, Yvan Goossens
Vaandeldrager: Lode De Dobbeleer
Trommelaar: Goedele Demecheleer
Graaf: Michel Matthijs
Jan: Willy Bauwens
Klaas: Dirk Mertens
Herders: Hans Bilterijst, William Cools, Chris Mertens
Herderinnen: An Baele, Veerle Demecheleer, Christina Mathijs, Micheline Niels,
Martine Paindavin, Conny Peereman, Danny Peereman, Reni
Thienpondt, Gwen Vandendaele
Burgemeester: Etienne Deganseman
Schepenen: Jean Agneessens, Pol Dewilde, Jean Vanderputten
Kluizenaar: Jozef Claus
Boeren: Jozef Cools, Marc De Borre, Roger Durant, André Hauters,Hector
Mathijs
Boerinnen: Alice Abbeloos, Leona Cools, Germaine Dehandschutter, Elise
Michiels, Mireille Steenhout
Kapellenmeester: Marc Baele
Kinderen: Heidi Bosmans, Isabelle Cools, Hilde Demecheleer, Isabelle
Deurbroeck, Philippe Durant, Dominique Mathijs, Steven
Paindavin
Dienaren: Luc Matthijs, Gustaaf Van Vaerenbergh
Jonker: Michel Bauwens
Hoofdman: Georges Depelseneer
Adjudant: Léon Van de Maele
Luitenant: Hugo Cools
Soldaten: Johan Desmecht, Yvan Deurbroeck, Bruno Mathijs, Géry
Van Nieuwenhove, Léon Wauters

Data: 
vrijdag, 9 oktober, 1981
zaterdag, 10 oktober, 1981
zaterdag, 24 oktober, 1981
zondag, 25 oktober, 1981
Regisseur: 
André Demecheleer
advies Pol Stabel, Jef Bettens, Dora Verbruggen
Schrijver: 
onbekend
gevonden door pater J. Spanhove