Historiek

Woord vooraf

Michel Matthijs kon het in zijn essay over het Galmaardse Toneel niet beter verwoorden, ook al moest hij daartoe een grootmeester citeren. In 1992 schreef hij naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van Wilskracht en Vreugd in het tijdschrift HOLVEO: Mooier en treffender dan de “Prins der Nederlandse dichters” Joost van den Vondel zal wellicht niemand het nog ooit kunnen formuleren: “Het leven is een schouwtoneel, elck speelt syn rol en kryght syn deel”. Toneel van alle tijden, voor iedereen. Theater, een verhaal voor u en mij, een verhaal over u en mij. De toneelvereniging Wilskracht en Vreugd vzw werd in 1942 boven de doopvont gehouden. Het was een periode van bittere ellende, midden in de oorlogsjaren. De prioritaire doelstelling van de vereniging was toentertijd met de opbrengst van de opvoeringen de menselijke noden te helpen lenigen. Wilskracht en Vreugd is uitgegroeid tot een zeer actieve en volwaardige toneelvereniging die er jaar na jaar naar heeft gestreefd om kwalitatieve producties op de planken te brengen. Toch zijn we de oorspronkelijke doelstelling lang niet vergeten. Goed, de tijden zijn veranderd, maar we proberen nog steeds aan de noden van ons publiek tegemoet te komen. Vandaag de dag gaan mensen na hun drukke werkuren op zoek naar ontspanning. En op die queeste proberen wij hen te helpen. Toneel bekijken en begrijpen is immers de beste manier om het alledaagse leven te leren relativeren.

Wilskracht en Vreugd ontstond uit de samenwerking van een groepje jongeren dat zich tot nobel doel had voorgenomen om “konseir te gaan spelen”. In die tijd bestond het aanbod vooral uit zangstukken en eenakters. Het duurde dan ook niet lang of de vereniging had al een eigen lied van de hand van erevoorzitter Georges Mertens. Onder het voorzitterschap van wijlen burgemeester Georges Cardoen vervolgde het vriendengroepje de ingeslagen weg. In de jaren 50 sloot de vereniging zich aan bij het AKVT (Algemeen Katholiek Toneel Verbond). De jaren 60-70 betekenden voor de vereniging een opeenstapeling van successen. De stukken werden toen gebracht in zaal Cools (later “Torengalm”) in het centrum van Galmaarden. In 1981 waagde men zich voor het eerst aan een massaproductie. Een 70-tal uitvoerders zorgden voor een succesvolle opvoering van “Het Heilig Kruisspel van Galmaarden” onder de deskundige leiding van regisseur Andre Demecheleer. Een volgende vermeldenswaardige mijlpaal kwam er in 1983 met een eerste optreden in de huidige uitvalsbasis van de vereniging, het Baljuwhuis in Galmaarden. Toentertijd waren de gebouwen eigendom van de provincie Brabant. Vandaag treden we op in het gemeentelijk ontmoetingscentrum Baljuwhuis dat, zoals de naam laat vermoeden, in 2004 werd aangekocht door de gemeente Galmaarden. In 1989 behaalde W&V voor het eerst een klassering in eerste categorie van het provinciaal tornooi met Daphne Du Mauriers “Rebecca”. Deze productie kreeg nog een staartje want in 1990 mochten we samen met de Brusselse Rederijkerskamer “de Morgenster” de planken van de KVS bezetten. 50 jaar jong en dus een ‘koninklijke vereniging’ werden we in 1992. Het werd een prachtig gouden jubileum. Sinds die tijd heeft Wilskracht en Vreugd naast de klassieke volkse stukken nooit de onbetreden paden gevreesd. Producties als “Stilte AUB”, “Een vloog over het koekoeksnest” en “Mistero Buffo” zijn daarvan het beste bewijs. Anno 2000 (en zoveel) mogen fier zijn op onze eigen kleine geschiedenis die net zoals de grote geschiedenis met hoogte- en dieptepunten is verlopen. Ondanks het vele vallen en opstaan, gaan we geen uitdaging uit de weg. Toch zijn en blijven we toneelamateurs of ook wel … toneelliefhebbers. Wij zijn met andere woorden een grote groep vrienden en hebben het toneel lief.

Een vleugje geschiedenis

Wanneer wij in het verleden terugblikken, ervaren wij dat meestal de aangename, de plezante momenten het best in het geheugen blijven. De periode waarin bij "Wilskracht en Vreugd", bij wijze van spreken, de eerste steen werd gelegd, was er nu niet direct één om vrolijke herinneringen op te roepen. Wij schrijven het najaar 1942.

In volle oorlogsperiode, met Duitse bezetting en de daaruit voortvloeiende honger-en koude winters, overschaduwde een haast doorlopend gevoel van onveiligheid en onmacht het leven van iedere dag. Jongeren boven de 17 jaar werden voor de keuze gesteld: collaboreren of onderduiken ! Van deze leeftijdsgroep diende bijgevolg, op het vlak van het gemeenschapsleven weinig om niet te zeggen niets verwacht. Sport of cultuur was voor die jonge mannen in die trieste periode zo goed als dode letter.

Anders was het gesteld met de aankomende jeugd. Deze was voorlopig voor de bezetter niet bruikbaar en werd derhalve met rust gelaten. Kan hierin de reden van het oprichten van "Wilskracht en Vreugd" worden gezocht? Het heeft er de schijn van. Jeugdbewegingen zoals KAJ, BJB en KSA liet men ongemoeid en konden zodoende een bepaalde activiteit ontplooien. Bij de Galmaardse jongeren van om en bij de 12 jaar was dit blijkbaar niet anders.

Eén van die activiteiten die zich voor ontspanning leende, was "concert" spelen. De knapen van toen waren blijkbaar bij de ouderen van voor de oorlog in de leer gegaan. "Zoals de ouden zongen of toneel speelden, zo..." Juist! Een groep jonge vrienden, al of niet verenigd in de KAJ-beweging, besloot dus op een bepaalde dag toneel te gaan bedrijven. Motief: zich vermaken en even in de belangstelling komen. Maar wat belangrijker was, er school ook een  menslievend aspect achter het opzet. Een aspect dat zelfs de toon zette en  de toenmalige stichters, nu zovele jaren later, nog tot eer strekt. De opbrengst van de opvoering van "Het Huis in de Delling" op 14 november 1942, werd integraal overgemaakt aan een rampenfonds, dat de nood in het overstroomde Walcheren(Nederland) moest lenigen.

De "Wilskracht en Vreugd"-boot was inmiddels onder het voorzitterschap van Georges Cardoen te water gelaten. De toneelkring nam hiermee zowat de stok over van "Jong en Vrij" en de zogeheten "Veloclub", die in de vooroorlogse periode en ook nog een tijdje nadien, het toneelleven kleur en vorm gaven. De stukken die in de beginperiode op de planken kwamen, waren doorgaans van luchtige signatuur. De zangstukken en éénakters van de streekgenoten Jacques Ballings en Paul Mersch waren toen gemeengoed. Drama's waren niet zo geliefd, maar lieten meestal een diepere indruk na. Over "Fredjes Offer", opgevoerd eind de jaren veertig, zijn sommige toneelliefhebbers op leeftijd thans nog niet uitgepraat.

De "W&V"-ers kwamen in deze periode weleens in aanvaring met dat andere toneelgezelschap, dat door de muziekmaatschappij "Eendracht en Vreugd" was in het leven geroepen. Die maatschappij, met ruimere aanhang, had meer pijlen op de boog en kon zich dientengevolge ook aan grotere rolbezettingen en operettes wagen. "W&V" wilde hiervoor niet onderdoen. Gevolg: in 1953 kwam de "Bommelbaron" op de affiche! De foto's van toen leggen nog getuigenis af van een groots opgevat toneel-en zangspektakel dat de zaal Cools bij herhaling tot in de nok vulde. Nadien oogstten nog enkele van die kaskrakers, waarin toneelspelers, zangers en balletdansers ruim aan hun trekken kwamen, een denderende bijval. Er is evenwel nu nog steeds discussie over het feit of die toenmalige opvoeringen al of niet door "Eendracht en Vreugd", dan wel door "Wilskracht en Vreugd"  werden op de planken gebracht. Tal van spelers en figuranten stelden zich immers voor de twee "bonden" ter beschikking.

Terwijl de muziekmaatschappij, halverwege de jaren vijftig, het toneel liet voor wat het was en naar andere lucratieve organisaties uitkeek, begon "W&V" zich geleidelijk meer  op het toneelvlak te profileren. De verenigingsstructuur kreeg organisatorisch een steviger basis. De tijd van improviseren was voorbij, de evolutie meldde zich aan. Hieruit resulteerden op termijn: het "Lentebal", de "Vlaamse Kermissen" en andere "Breugheliaanse Feesten", de jaarlijkse tombola niet  te vergeten. De bedoeling lag voor de hand : geld in het laatje brengen! Ook in de schoot van de  vereniging roerde er wat. Naar buiten uit wenste men bij "W&V" meer uitstraling. Om deze reden werd besloten een vaandel aan te kopen, clubspeldjes aan te schaffen, een das met groenwitte kleuren te dragen bij de feestelijkheden. En bovendien aan te sluiten bij het Algemeen Katholiek Vlaams Toneelverbond (A.K.V.T.), afdeling Brabant. Daar bleef het niet bij!  Het verenigingslied, met aangepaste tekst, weergalmde sedert eind 1957 na elke vertoning en tijdens feestelijke bijeenkomsten door zaal of lokaal. Het eerste verenigingsstatuut werd in datzelfde jaar door de Algemene Vergadering, die toen een veertigtal leden telde, goedgekeurd. Het jaarlijks lentebal, het gezellig samenzijn en de rondgang in de herbergen van het dorpscentrum, ter gelegenheid van de "Sint-Genesius-viering", eind augustus, zorgden ervoor dat "W&V" het jaar door in de belangstelling bleef en derhalve haast doorlopend de aandacht van de modale Galmaardenaar trok.

Maar intussen werd er ook toneel gespeeld. Tot tweemaal per jaar zelfs! Eens in februari-maart, een tweede maal in het najaar, oktober-november. Och, bij de start werd het allemaal niet zo goed bijgehouden. Over de eerste bestaansjaren kunnen wij voor de historiek enkel op mondelinge verhalen terugvallen.  Vanaf 1956 kwam daar verandering in. Het toen voor het eerst bijgehouden  verslagboek onthult soms verrassende anekdotes. Het navertellen waard ! Het Brusselse boulevardstuk "Fientje Beulemans" stond in november-december 1956 op de affiche. Wij speelden het stuk met veel bijval ook op verplaatsing, ondermeer in de Liberale Harmoniezaal te Herne. Het stuk eindigt met een trouwpartij waarbij de Brabançonne voor het orgelpunt moest zorgen. Iedereen op het toneel stond stijf in houding op  het Belgisch Volkslied te wachten. Maar o wee, dat kwam er niet. De versterker had het laten afweten. Een spin had een kortsluiting veroorzaakt.

In het jaar 1957 waagde "W&V" zich aan de grote bezetting van het veel gespeelde "De Klucht van de brave Moordenaar". Georges Cardoen, Marcel en Georges Franckx, samen met al wat de vereniging aan man-en vrouwkracht kon brengen, zetten een gave prestatie op de planken. Het successtuk lokte ook te Herfelingen,ondanks de sneeuwbuien, een vol huis. Enkel de pruiken leverden enig probleem op. Zij werden pas de zondagmorgen per spoedbestelling afgeleverd.

In het Expo-jaar 1958 waagde "W&V" zich aan het zangspel "Smidje Smee", aangevuld met de éénakter "De IJskast" van Jacques Ballings. Bij het repeteren vloog een stukje ijzer in de bil van smisseknecht Jean Debleser. Een ingreep bij Dr. De Mulder bleek nodig om het ding te  verwijderen. 

Met het derde bedrijf uit "Familieproblemen" waagden wij ons in 1959 in de Atriumzaal te Brussel voor het eerst aan een deelname aan het "Provinciaal Tornooi van Brabant". Het draaide uit op een klassering in "derde categorie" en een juryverslag dat van ons optreden brandhout maakte. Niet getreurd, de boer ploegde verder...want datzelfde jaar hadden wij ook al het drama van Antoon Coolen, "Kinderen van ons Volk" vorm en gestalte  gegeven. De Beverse organisatoren kwamen er zo van onder de indruk, dat wij aldaar op zondag 13 december de voorstelling nog eens moesten overdoen. Dit ondanks de grote bezetting, de vijf bedrijven, de herhaalde decorwissels en...de sterk dramatische inslag. Maar, zo meldt ons verslagboek: de stemming was na afloop ronduit vrolijk, bij momenten zelfs iets té vrolijk!

Ook met het derde bedrijf uit "Kinderen van ons Volk" waagden wij onze kans in het Provinciaal Tornooi. Dit keer in de toneelzaal van het Coovi te Anderlecht. Wij geraakten in de quotering een trapje hoger.

In 1960 werd "Antje" voor het voetlicht gebracht. Het driemanschap Jean Debleser-Joseph Cools-Georges Cardoen en Denise Leirens gaven dit reeds eerder opgevoerd zangstuk, dit keer zonder zang, een gave gestalte.

Voor "Paradijsvogels" van Gaston Martens werd in 1961 al wie in Galmaarden enige toneelkriebel voelde, ingelijfd. Grote rolbezetting, moeilijke decorwissel: het bleken hindernissen die het "W&V" van toen niet afschrikten. Daags na de laatste voorstelling, in volle opruiming, overleed plots Karel De Blander. In het stuk speelde hij de rol van barbier. Over de dood maakte hij in zijn rol bij het scheren zelfs nog een grapje. Speling van het lot !

"Drie is teveel" kwam er in 1962 aan als een tussendoortje. Om de Hollandse humor werd toen hartelijk gelachen. Een derde deelname aan het Provinciaal Tornooi, dit keer met de éénakter "De Terugkeer" had ons in januari opnieuw een klassering in "tweede categorie" opgeleverd.

In de jaren die volgden werd met de zangstukken "Op de purperen Hei" en "Sally" opnieuw de operettesnaar betokkeld. Muziekchef Georges Lefebvre en zijn  echtgenote loodsten onze zangboot in veilige haven. Het waren twee uitschieters in onze historiek waarover nu nog steeds wordt nagepraat. Anderzijds betekenden zij ook de zwanezang van onze muzikale aspiraties. De inspanningen en de verantwoordelijkheid wogen, in verhouding met de publieke bijval, op de verenigingsschouders te zwaar door.

In 1964 hanteerde Alberic De Grem met "Haar laatste Wil" de regiestok. Na "Sally" volgde in december 1965 nog "Nachtdienst" een blijspel met knotsgekke toestanden. Dus gesmaakt ! Met "Sloep zonder Visser" gingen wij het jaar nadien de ernstige, zeg maar, de dramatische toer op. Een met emotie geladen stuk van de Spanjaard A. Casona, dat diepe indruk maakte.

In 1967 konden de jongeren zich uitleven in "De Knecht" van Staf Knop. Begin november waagde Gustaaf De Pelseneer zich in "Onder Verdenking" aan zijn regiedebuut. Het bleef bij die ene poging.

"Een Ridder voor Assepoes" van 1968 was in feite een herneming van "Patricia" dat reeds tien jaar eerder op de affiche stond. Problemen bij de keuze van een goed stuk ? Het zag er naar uit. Maar Linda Tresignie en voor het eerst Linette Faveyts zorgden voor een betere uitgave.

"Slisse en Cesar" was de grote publiekslokker in 1969, waarin Willy Bauwens voor zijn eerste hoofdrol tekende. Willy kwam van Geraardsbergen hiervoor net op tijd naar de schaapsstal terug. In Gilbert Pletinckx vond hij een tegenspeler op maat. De "Antwerpse fuifnummers" lokten ruim 400 toeschouwers naar de toen éénmalige voorstelling.

Het volgende jaar zette "W&V" met "Ninotchka" nog maar eens een sterk en inhoudrijk stuk op de planken. Het "Russentrio" André Bosmans, Michel en Willy Bauwens kregen het niet onder de markt met hun vrouwelijke tegenspeelster, Linette Faveyts, die evenwel bezweek voor de charmes van advokaat... Gilbert Pletinckx. Wij brachten het eerder verfilmde stuk ook in Idegem en Zandbergen.

In 1971 werd voor het eerst een gastregisseur ingehuurd. Geraardsbergenaar Guido Steppe toog met ons op pad in de klassieker "Rebecca" van Daphne du Maurier. Veel nieuws bracht de pas afgestudeerde van de toneelschool ons niet bij. Gilbert Pletinckx, Linda Tresignie en Denise Leirens tilden het geheimzinnige moordverhaal naar genietbare hoogten. Linda verwierf er dat jaar de gemeentelijke "Cultuurprijs" mee.Toen nog zeer geäpprecieerd !

Bij de viering van "200 jaar Kerk" in 1972 opteerde "W&V" voor medewerking aan het opvoeren van fragmenten uit "Het Heilig Kruisspel van Galmaarden". Het spektakel bood in de kerk enkele passages uit het mysteriespel, dat tien jaar later in zijn geheel zou worden gemonteerd.

"Oscar", een Frans boulevardstuk met betere referenties, liet in 1973 de Zaal Cools opnieuw vollopen. Regie: Sally Daugherty, een met een Amerikaan gehuwde Nederlandse dame, die te Galmaarden op het gehucht Bruinsbroek was neergestreken. Gustaaf  De Pelseneer en André Bosmans waren de plezante jongens in die eveneens veelgespeelde en tevens verfilmde komedie. Datzelfde jaar brachten wij in november  ook "De Egoïst", een stuk dat wij een paar maanden voordien in K.V.S.-Brussel hadden gezien. Met wat kunstgrepen konden wij aan de tekst geraken. Niet zo simpel, want wij moeten zowat het tweede gezelschap geweest zijn dat het stuk in Vlaanderen bracht. De tekst werd ons overigens via de K.V.S. in handen gespeeld. Gilbert Pletinckx tekende  voor een sterke karakterrol

En dan "De Consul van Cocorico" in 1974! Nog zo een grappig geval dat de Zaal Cools tot driemaal toe boordevol deed lopen. Op 1 december 1974 viel in die zaal voor de laatste maal het doek. Een tijdperk werd afgesloten. Greet Desper had er nog vlug haar eerste toneelpasjes gezet. De nieuwe Zaal Domino (later Zaal Torengalm) was inmiddels al een paar jaar in gebruik genomen. De overstap leverde bijgevolg weinig problemen op. Het waren de jongeren die er in oktober 1975 met "Tante Jutta" voor het eerst de planken bespeelden.

"Blootvoets in het Park" ging in de nieuwe locatie in het voorjaar 1976 enigzins de mist in. Dit werd later in het jaar ruimschoots gecompenseerd door het blijspel "Geen uitkomen met het inkomen". Driemaal gingen, voor een enthousiast publiek, de spots aan en uit. "Gevaarlijk snoepgoed" werd in 1976 dan weer een jongerenhappening, waarbij Sally Daugherty nogmaals in de regiestoel zat. Die kleurrijke dame zagen wij nadien niet meer terug. In het najaar grepen wij terug naar het psychologische drama dat zich op een schrijnende manier in "Sloep zonder Visser" voltrekt. Ondanks het ernstige genre viel het stuk een niet te miskennen succes te beurt. Enkele jongeren uit de groep gingen nadien een eigen koers varen!

Het was ook de periode dat onze T.V.-figuraties werden opgestart. Het regisseursduo Moskalyck-Jules Claes contacteerde ons voor medewerking aan de opnamen van het T.V.-feuilleton: "Maria Speermalie". De menigvuldige opnamen in tal van locaties en in de B.R.T.-studio's namen een volledig jaar in beslag. Onze spelers, inwoners en ook de schooljeugd van Galmaarden werden ingeschakeld. Voor velen was het een fantastische belevenis. De "W&V"-kas beleefde toen voorspoedige dagen. Ons toneelmateriaal kon er flink worden door uitgebreid. De figuraties werden nadien nog een vijftal jaren in allerhande verfilmingen en feuilletons, teveel om op te noemen, doorgetrokken.

In het najaar 1978 stond "Schat, ik ben er hoor!" op de speelagenda. In deze luchtige komedie zetten vooral Willy Bauwens en Linda Tresignie de toon. Jules Claes, de B.R.T.-regisseur, woonde één van de voorstellingen bij.

Dezelfde komische snaar werd in 1979 tweemaal bespeeld. Eens in april met de reprise van "Drie is teveel" en eens in november met "De avond van de zevende juli". Twee stukken die de toeschouwers op lichte voet vergastten en een onverdeelde bijval oogstten.

In maart-april van 1980 waagden wij ons voor het eerst aan het genre van de komische thriller. Met "Het Lijk is zoek" werden hoge ogen gegooid. De grappige toestanden en verwikkelingen lagen aan de basis van het feit dat het stuk insloeg als een bom. De grote bezetting en de spelkwaliteit waren hier niet vreemd aan. André Demecheleer en Willy Bauwens gaven een meesterlijke roltypering weg, die ons altijd is bijgebleven. "Het Lijk" zorgde overigens ook in het gewone leven voor enige opschudding. De toen als aankondiging verstuurde doodsbrief werd door velen te"au serieux" genomen. In feite ging het om een publicitaire stunt. Niet meer of niet minder !

1981 betekent een mijlpaal in de "W&V"-historiek. Na veel beraadslagen bleek er in de gemeente voldoende energie en enthousiasme om ons aan de integrale opvoering van "Het Heilig Kruisspel van Galmaarden" te wagen.Met de dorpskerk als toneel-, klank- en lichtdecor werden vier voorstellingen gegeven. Een zeventigtal uitvoerders gaven, in een regie van André Demecheleer, aan het mysteriespel een kleurrijke en boeiende gestalte. De weerklank bleek dermate groot, dat in de euforie besloten werd het in rijmvorm gestelde massaspel om de tien jaar te hernemen. In 1991 bleek evenwel dat, ondanks de goed bedoelde start, het beoogde doel niet kon worden gehaald. De financiële en organisatorische lat lag duidelijk te hoog. En ook de geestdrift was deels bekoeld. In dergelijke omstandigheden was het  verkieslijk  het stuk, in afwachting van betere tijden, op te bergen.

"Een Meisje om te stelen" het knappe stuk van Jack Popplewell, kwam in april 1982 onvoldoende uit de verf. Hoofdvertolkers Lutgarde Cammaert en André Bosmans hadden er nochtans een grote inspanning voor geleverd. "Stuur mij geen bloemen" werd in oktober van datzelfde jaar op het getouw gezet. Dit stuk kreeg in tegenstelling tot het vorige een hogere quotering. De mengeling van toneel met filmopnamen sloeg bij het publiek goed aan. Het Brusselse Muntplein, het Baljuwhuis te Galmaarden en de dancing "Tom Dooley" te Zandbergen waren de locatieplaatsen voor de buitenopnamen. Het was een mooie tijd. Tal van kijklustigen dachten dat de B.R.T. aan het filmen was. Het scheelde niet veel of onze "vedetten" werden om handtekeningen gevraagd !

In 1983 zochten wij voor het eerst de zolder van het Baljuwhuis op. Het "Klein Theater" van "W&V" bracht er twee éénakters: "De Scoor is blank" en "De Herberg De Roos en De Kroon". Het programma werd muzikaal aangevuld met een optreden van het Galmaards Saxofoonkwartet. Het geheel mocht er zijn. Het experiment vroeg om herhaling maar kwam er pas drie jaar later. Wij "exporteerden" de éénakters op het jaarlijks festival te Aarschot. Een optreden buitenshuis !

1984: "De Rekening van het Kind"! Grote bezetting, zware opgave, kortom een gewaagd "waagstuk". De door Walter Van den Broeck gehekelde schooltoestanden deden het  bij het publiek. Het werd een voltreffer van formaat. Zowel qua toneelprestatie als op het vlak van de belangstelling. In het najaar kreeg de jeugd een serieuze vinger in de pap in "Sprookjes". Een rare bedoening, die tal van toeschouwers op hun honger liet.

"Zwart Schaap, witte Lammetjes" was in 1985 dan weer een grappig geval waarmee uiteraard op de lachers werd gemikt !

"De kat op het Spek" kreeg een jaar later zowat dezelfde stempel mee. Niet direct een geschikt stuk om mee aan het Provinciaal Tornooi deel te nemen. Na 24 jaar schreven wij hiervoor nogmaals in. De jury had het evenwel niet erg op de kluchtige toestanden begrepen. Resultaat: een klassering in "tweede catergorie"! Amper drie maanden later speelden de jongeren "De Haas en de Forel"; onze gevestigde waarden voerden "De Kandidaat" op. Twee ministukjes maar toch volwaardig toneel ! Een jongerenband uit Geraardsbergen overgoot het geheel met een stemmig muzikaal sausje. 1986 bleek overigens een erg produktief jaar. In oktober werd ook nog "Van de Brandkast in de Hangkast" op de planken neergezet. Een dolkomisch boevengeval met thrillerallures. Geestig en dus gesmaakt !

"Blaise" sloot hierbij aan in maart 1987. Men kon in die periode blijkbaar  bij "W&V" niet genoeg krijgen van die knotsgekke toestanden. De tijd was rijp om een ernstiger onderwerp aan te snijden. Gebeurde in oktober van datzelfde jaar  toen met "Hora Est" de bakens breed werden gezet. Wrange humor mondt in dit afschrikwekkend stuk van Paul Coppens uit in de dramatische omstandigheden van een dreigende atoomoorlog. Het op de spits gedreven realisme maakte diepe indruk. Gelukkig loopt het in de wereld van vandaag niet zo'n vaart.

In 1988  luidde het parool "Bed in, Bed uit"! Een stuk waarin men het met de moraal niet zo nauw neemt! Maar ja, in welke tijden leven wij ? Als het maar leuk is om naar te kijken !

En dan kwam "Rebecca" (weer)! Het stuk had bij ons reeds in 1971 voor emotie gezorgd. Waarom het dus niet overdoen ? De productie bracht ons op onbetreden paden. Daphne du Mauriers wereldberoemde roman leverde ons in maart 1989 vooreerst een klassering op in "eerste categorie" van het Provinciaal Tornooi. Op vrijdag 12 januari 1990 ging het K.V.S.-podium voor ons open. In een co-productie met de Brusselse Rederijkerskamer "De Morgenstar" werden wij in de gelegenheid gesteld de planken van de Brusselse toneeltempel te bespelen. Rebecca, (Christine De Taeye) de mysterieuze dame uit het stuk, zullen velen van ons die het allemaal van dichtbij meemaakten, allicht niet vlug vergeten. Zoveel is zeker !

Keren wij nog even terug naar de zomer 1989, meer bepaald op vrijdag 8 september kregen wij in het Baljuwhuis het K.V.S.-gezelschap zelf op bezoek. Niet voor de voorstelling van één of andere toneelproductie, wel voor een praatavond waarin de directeurs Nand Buyl en Koen De Ruyter en de regisseurs Senne Rouffaer, Jean-Pierre De Decker en andere De Beuckelaers het K.V.S.-seizoen  1990-91 kwamen voorstellen.

Nauwelijks een paar  maanden na onze K.V.S.-trip in januari 1990 stonden wij eind maart-begin april opnieuw met "Een plaatsje onder de zon" op de eigen vertrouwde planken. Maar dan deze van de zolderruimte van het Baljuwhuis. Dit nadat van het stuk met de drie-persoons-bezetting en in een regie van Gilbert Pletinckx, in zalen te Herfelingen en Bever proef was gedraaid. De uit het leven gegrepen zuurzoete strandtoestanden scoorden liefst achtmaal meer dan behoorlijk. Gwendolina Vandendaele, Ludgarde Cammaert en Willy Bauwens tekenden ervoor. In het najaar slaagden wij erin het stuk "Baby Hamilton" speelklaar te krijgen. IJverig op zoek dus naar de vader van de "baby" met alle slippertjes en verwikkelingen die dergelijke speurtochten met zich meebrengen. En...vader werd gevonden en daar was uiteindelijk iedereen blij mee ! Niet in het minst ons trouw toneelpubliek !

Met "Stilte a.u.b." werden in april 1991 nieuwe paden betreden. In de "W&V"-optiek was het niet direct vertrouwd terrein. Het diende in feite verkend. Willy Bauwens nam voor het eerst regieverantwoordelijkheid op zich. Met de decorbouw liep het eerst wat stroef, maar nadien viel alles met de voorstellingen netjes op zijn pootjes. Alhoewel ! Niet zo geruisloos als de titel  liet doorschemeren. In het najaar, geen productie, maar ter vervanging hiervan wel twee schoolvoorstellingen. Het "Mechels Poppentheater" bracht, tot groot jolijt van het jonge volkje,"De Koning van Katoren". Het experiment kreeg het predikaat "bijzonder geslaagd" mee. 

Zo belandden wij in 1992, het gouden jubileumjaar, het jaar van de "vijftig kaarsjes" ! Met "De Boomgaard" werd in april een gooi gedaan naar een nieuwe provinciale erkenning. Illusie, wij flopten ! De jury schoot letterlijk en figuurlijk de voorstelling af. Resultaat: "derde categorie". Niet van aard om wild verrukt over te doen. Nochtans bij ons publiek scoorde het stuk helemaal niet slecht. Maar ja, toeschouwers spelen nu éénmaal geen rechter...

Zaterdag 30 mei 1992 moest de piek in de jubileumviering worden. Een goed uitgewerkte planning ging aan het feest vooraf. Met een pïeteitsvolle eucharistieviering in de namiddag werd de viering op gang gebracht. Een academische zitting in het Baljuwhuis volgde hierna. Verscheidene eminente gastsprekers, waaronder Gemeenschapsminister van Cultuur Hugo Weckx, spaarden hun lofbetuigingen niet. Meer speciaal waren zij gekomen om de gehuldigden te lauweren. Denise Leirens, Georges Mertens, Gilbert Pletinckx, André Demecheleer, Michel en Willy Bauwens. Stuk voor stuk leden die, elk op hun manier, mee de "W&V"-historiek hielpen schrijven. Nadien verplaatste het "actieterrein" zich naar de Zaal "Torengalm", meer bepaald voor een feestmaal en een animatieavond die iedere deelnemer zich nog lang zal geheugen. 

In het najaar 1992 keerden wij met de opvoering van "De Klucht van de  brave Moordenaar" precies 35 jaar terug in de tijd. Eerste voorzitter en tevens burgemeester Georges Cardoen waagde zich hiervoor, na dertig jaar, opnieuw op de planken. De fijnzinnige humor van het stuk, een homogene rolbezetting en de sfeer van het jubileumjaar werden onze belangrijkste troeven. Meer dan 1400 toeschouwers, tijdens vijf voorstellingen, droegen het stuk een warm hart toe. Voor het gouden "Wilskracht en Vreugd"-jaar werd dit een waardig sluitstuk.

Eind 1993 bracht "Valstrik voor een man alleen" spanning in de Zaal "Torengalm". Deze thriller kende een verbluffende ontknoping waarmee de toeschouwer zich kon verzoenen. Het Mechels stadspoppentheater kreeg dat jaar de kinderen van de Galmaardse scholen op hun hand met het gesmaakte poppenspel "Ik ben Hans Christiaan Andersen".

In maart 1994  brachten  vier "straffe madammen" het toneelstuk "De Jamadamma's". Bij wat deze vrouwen vrouwen waren, bij wat ze deden, bij hun gebreken, hun problemen, hun emoties werd een lachspiegel geplaatst, die het hele gebeuren transformeerde tot een lollige anekdote. De lachspiegel deed zijn werk. Een maand later kwam Het Savenberggezelschap de jeugd verwennen met "Tijl Uilenspiegel". Wij sloten 1994 af met een "W&V"-party. Het orkest van Dirk Bauters was onze animator. Dit was tevens het eindpunt van onze samenwerking met de Zaal "Torengalm". Een episode werd afgesloten.

Het provinciaal trefcentrum "Baljuwhuis" opende de deuren van haar polyvalente zaal voor ons begin 1995. Het is onze thuisbasis tot de dag van vandaag. Wij konden dan ook niet anders als met een "straf product"  voor de dag komen. "Een vloog over het koekoeksnest" was de grote uitdaging, die William Cools als grote bezieler, aanging. Het nieuwe Baljuwhuistheater, de grote rolbezetting en de kennismaking met andere theateraspecten zorgden ervoor dat ook wij onze gewoonten en normen dienden te verleggen. Bomvolle zalen werden ons deel. De provinciale jury beloonde ons met een prijs in "eerste afdeling" op een haartje van uitmuntenheid. Later in het seizoen kwam Teater Taptoe met "De Figuurrijke Reis" onze jeugd inpalmen.

November 1996 bracht  ons "Het Leven is een Feest" van Alfonso Paso. Luc Collin, een geëerd en ervaren regisseur uit Sint-Genesius-Rode, leidde de twee tegenstrijdige echtparen naar veilige oorden. Gelukkig was er de "Pasiflorine" en... het konijntje, anders was er zeker bloed gevloeid.

Ondertussen was het grootste deel van ons ledenbestand  gestart met de repetities van "Mistero Buffo". Meer dan 60 acteurs en actrices op de planken en talloze medewerkers achter de schermen was op zich al uniek in de geschiedenis  van onze Koninklijke Toneelvereniging. Bovendien plaatsten verschillende leden een mijlpaal in hun toneelcarrière. In het bijzonder denken wij aan Willy Bauwens, die in de rol van de jongleur wellicht de top bereikte van zijn toneelloopbaan. "Wilskracht en Vreugd" bracht met het unieke samenspel van tekstscènes, zang en dans, theater in de volle betekenis van het woord. De taferelen werden aan elkaar  gelijmd door Italiaanse volksliederen. Acht voorstellingen, plus een gastoptreden in het Arjaantheater te Geraardsbergen brachten meer dan 1700 toeschouwers op de been, genoeg om de eerste plaats in te nemen in onze top tien.

Datzelfde jaar (1997) zaten wij echt niet stil, want ook "Mysterie op residentie Avondzon" werd nog voor het voetlicht gebracht. Weer een grote rolbezetting ! Liefst zeventien leden van onze vereniging gingen op zoek naar de vermeende moordenaar in residentie "Avondzon". Met Succes !

1998 werd een rustig toneeljaar. Eind november speelden wij onder de alleszeggende titel  "3 in 1 akter" drie éénakters, waarvan  "Boos" kindertheater was. Goedele Demecheleer had de leiding over een dertiental kinderen, die hun eerste stappen in de wondere wereld van het theater deden. Daarna volgde "Het Geheim", een luchtige éénakter die zich in het Spaanse hinterland afspeelt. Georges Mertens regisseerde er, na menig voorafgaanden, zijn laatste werkstuk. De Davidsfondsvrienden Idegem maakten de avond vol met "Rijen en Vrijen".

Met "Mijne maat staat op straat" brachten wij voor éénmaal het echt "Antwerps" theater. Wij schrijven november 1999. Twee totaal vervreemde ex-vrienden staan tegenover mekaar. De één heeft het gemaakt, de andere zit in zak en as en komt hulp vragen. Marcel De Decker, gastregisseur, zocht een oplossing voor het gestelde probleem.

In het kader voor de viering van "Galmaarden 2000" werd een werkgroep opgericht bestaande uit leden van de Koninklijke Toneelvereniging "Wilskracht & Vreugd" en de "Broederschap van het Heilig Kruis". Doel was: "Het Heilig Kruisspel van Galmaarden" opnieuw van onder het stof te halen. In een bewerking en regie van André Demecheleer werd dit 18de eeuwse mirakelspel in haar oorspronkelijke tekst in alexandrijnen bewaard. De muziek, door wijlen A. Cochez  uit Herne gecomponeerd, werd bewerkt en gearrangeerd. Gelijklopend met dit groots opgezet spektakel liep een tentoonstelling over het "Heilig Kruis" van Galmaarden door de eeuwen heen. Een groot aantal van onze leden (45 tal) kijken met grote tevredenheid terug op de zeven voorstellingen. Min-puntje was het jury-verslag, die niettegenstaande haar waardering en bewondering voor het lovenswaardige initiatief toch maar een "derde afdeling" toekende.

In oktober 2001 maakte Johan Letouche zijn debuut als regisseur met de tragi-komedie van Alex Van Haecke : "De Rat". Het gebeuren speelde zich af in Gusta's (Ingrid Lievens) volkscafé, waar gewone mensen in hun alledaagse leven een beetje vriendschap en genegenheid kwamen zoeken. Een sterke rolbezetting maakte van dit komisch, doch aangrijpend verhaal een echte voltreffer. André Demecheleer zette als de Rat een sterke en geloofwaardige prestatie neer. 

30 maart 2002 vierden wij het zestigjarig bestaan van de vereniging met een "Oosters Buffet". Op 20 april  trokken wij met zijn allen naar het Zeemanshuis in Antwerpen om de opvoering van  "De Gele Trui" bij te wonen. "De Nacht van de zestiende januari", een rechtszaak in drie bedrijven, werd eind december 2002 op het publiek losgelaten. Het proces van de moord op Bjorn Verstraete speelde zich af in de gerechtszaal en het uiteindelijke verdict werd door de aanwezige toeschouwers genomen.

2003 lasten wij een sabbatjaar in. De batterijen dienden herladen. Wel kwam "Paljas Producties" de leegte opvullen met de voorstelling van "Leopold den Twiede" een monoloog gebracht door Erik Goris.

Maar niet getreurd, in maart 2004 stonden wij weer paraat met: "Nonkel Gaston is dood en dan is er koffie". Een treurig gegeven vol zwarte humor. Eenmaal de koffie uitgeschonken kunnen de familieleden elkaar weer eens niet verdragen en laaien de emoties hoog op. Bovendien had Nonkel Gaston na zijn dood nog enkele leuke verrassingen in petto. De provinciale jury honoreerde ons zelf met een plaatsje in "eerste afdeling", een topprestatie waard ! Na het succes van vorig jaar verwelkomden wij op 30 oktober opnieuw "Paljas Producties" met "De Dienstlift". 

Wegens de enorme bijval liet een vervolg in maart 2005 zich raden.  "Ons zusje trouwt en dan is er champagne" was de perfecte opvolger. Mits een paar rolwijzigingen kwam de volledige 'cast' terug in beeld en werden wij uitgenodigd op het trouwfeest van Martha Vandezande en Karel Pas. Als dat maar goed afliep !

Nog in 2005 voelden twee actrices, Gwendolina Vandendaele en Ingrid Lievens, zich geroepen "den trottoir" te doen en "Hoerenleed" gestalte te geven. In een prachtig decor van de hand van Leo Platteau speelden de twee straatmadeliefjes de pannen van het dak of waren het de klederen van het lijf ? Regisseur Marijke De Bisschop zag dat het goed was !

1 april 2006 gingen wij met zijn allen kijken naar de musical "Mama Mia" in Antwerpen. Een week later stond Charles Cornette met zijn "Grommelverhalen" van Dario Fo op de planken van het Baljuwhuis. Twee initiatieven die de algemene goedkeuring meedroegen. Maar zelf kwamen wij ook uit de kast. Met "Lieve Vrienden" verraste regisseur Hugo De Wulf de toeschouwer. Acht zetels op één rij. Daarmee moesten de acteurs en actrices het doen. Toch viel het stuk in goede aarde en scoorde het vooral bij de jeugd.

"Een avondje lachen met het 'Gallemoerds'! Daar konden wij niet achter blijven. In mei 2007 namen enkele leden deel aan de "dialectenavond". En of er gelachen werd. "W&V" stelde zijn beste spelers op ! Ondertussen werd er al duchtig gerepeteerd voor het nakende toneelstuk: "Het Atelier". Regisseur  Hans Schmidt kwam speciaal uit het verre De Pinte om ons deze klassieker van Jean-Claude Grumberg aan te leren. In tien taferelen schetst Grumberg het dagelijkse leven  van eenvoudige naaisters in de naoorlogse periode. Sterk, aangrijpend toneel, die echter door de provinciale jury niet naar waarde werd geschat (tweede afdeling).

2008 was het even uitblazen. Op 11 juli stelde secretaris Kristof Andries zijn tuin ter beschikking waar alle leden konden aanschuiven voor een heuse barbecue . De viering duurde tot in de late uurtjes. Eind december kwam Paljas Producties een laatste maal over de vloer met "De Ziekenkas". Acht figuren, gespeeld door Patrick Vandersande en Erik Goris passeerden de revue in de wachtzaal van een ziekenkas. Hilarisch !

In mei 2009 zette de  Muziekacademie Galmaarden afdeling Woord voor het eerst een productie op stapel.  Een groep jongeren onder impuls van Marijke De Bisschop brachten een volwaardig avondstuk: "Prettige Feestdagen" van Alan Ayckbourn. Toneelkring Wilskracht & Vreugd  zorgde voor de financiële en logistieke steun. Het werden geslaagde voorstellingen, waarop zeker kon worden verder gebouwd. "W&V" kreeg er plots een hele groep talentvolle jeugd bij. Een win-win situatie !  Later op het jaar begaven wij ons met "Festen" op glad ijs. Door de zeer directe benadering van een gegeven als 'incest' word je als toeschouwer onherroepelijk meegesleurd in de rauwe maar erg realistische emotionaliteit. Was ons publiek daar klaar voor ? Regisseur Stef Danhieux  benaderde de problematiek op een serene manier en wist menig toeschouwer, zonder te 'choqueren', voor zich te winnen. Een stuk over familiebanden en familieverhoudingen, geheimen, jaloezie, racisme, overspel. Liefde en haat liggen vaak dicht bij elkaar. Vader Jacques (Dirk Mertens) en zoon Kristiaan (Kristof Andries) zetten een waarheidsgetrouwe prestatie neer. En ons publiek... die ging mee in het  verhaal. Op  26 september van dat jaar waren wij te gast in Gent om een optreden van Bart Peeters bij te wonen. Ambiance verzekerd ! 

En dan was het weer tijd om de jeugd los te laten. Deze maal met een echte thriller : "Het Laatste Glas".  2010 werd aldus op een mysterieuze wijze gestart. Het stuk zat vol met onverwachte wendingen en een moord oplossen bleek niet zo  evident. De jongeren bevestigden hun talent en konden buigen op een gave prestatie. De jaarlijkse uitstap bracht ons op 8 mei 2010 terug naar Gent, waar wij een optreden van Kommil Foo bijwoonden. Johan Letouche, actief lid van "W&V", liep al een hele tijd met het idee rond om een zelf geschreven verhaal  te regisseren. Met   "De Mert" slaagde Johan erin een herkenbaar verhaal te bedenken met thema's en zorgen die mensen echt bezighouden: gezondheid, kinderen, beroepsleven... De psychologische kijk en achtergrond van de auteur speelden beslist een bepalende rol. Willy Bauwens, Gwendolina Vandendaele, Sven Derom en Sabine Vranken namen hun rol als marktkramers zeer ter harte. Zowel oud als jong kwamen aan bod. "Iedereen tevree"! Behalve de jury, die bedacht ons met een "derde afdeling".

26/02/2011 trad Johan Verminnen op in het Baljuwhuis. Een uitstekende gelegenheid om met zijn allen het concert bij te wonen.  "Zomertrilogie" was het derde toneelstuk dat de jeugd van de muziekacademie op haar palmares schreef. Hebzucht, kortzichtigheid en materialisme... daarover ging het vooral in dit stuk. Het gaat erom dat je jezelf kan zijn en dat de mensen om je heen van je houden om wie je bent. De boodschap kwam aan! Eind 2011 betraden wij nog eens het pad van de zuivere komedie.  "Motie van Wanorde" van Ray Cooney werd onder leiding van regisseur Luc Collin "een knaller". Als een banaal slippertje bijna een staatszaak dreigt te worden, als op de koop toe een bemoeizieke kelner, een hotelmanager, een verpleegster en een boze echtgenote verschijnen, is het hek helemaal van de dam. Leute alom !

Begin 2012 verplaatsten wij ons naar het cultureel centrum van Geraardsbergen om de afscheidstour van de Nieuwe Snaar mee te maken. En toen was het weer de beurt aan het jonge theatertalent met "De Stoel van Stanislavski". Een chaotische blik achter de schermen van het theater De Keyzer, een beroemd en berucht regisseur. De Koninklijke toneelvereniging Wilskracht & Vreugd blies dat jaar ook  "70" kaarsen uit. Voor deze gelegenheid waagden wij ons aan een stap in het onzekere met een avondvullende amusante show met toneel, beeld, zang, dans en muziek. Voor elk wat wils ! Een show waar haast alle actieve leden hun medewerking aan verleenden.De zaal zat vijfmaal afgeladen vol!

"Geestige Geesten"! Wat een gezellig en vooral komisch avondje onder vrienden moest worden, draaide echter lichtjes anders uit. Voor sommigen althans...Kort samengevat:de nieuwe productie in 2013 van jong Wilskracht & Vreugd. Twee avonden  vol van spiritualisme. Het volwassenentoneel, waar ondertussen al een paar jongeren hun weg vonden, pakte uit met "VrouwENpolitiek". Luc Collin stond voor de moeilijke taak om van dit stokoude werk van Aristofanes, een Grieks schrijver van komedies, een hedendaags spektakel te produceren. Vrouwen aan de macht ! Zij zijn het geklungel van hun mannen stilaan beu. Tijd voor een revolutie...Tijd voor hun dromen... Tijd voor een nieuwe realiteit ? De provinciale jury ging mee in het verhaal en beloonde ons met een plaats in "eerste afdeling".

Op zaterdag 22 februari 2014 keerde Nele Bauwens, dochter van Willy, back to the roots  met haar one-woman-show : "Ik moet beter luisteren". Wij waren er als de kippen bij om dit stukje van eigen bodem bij te wonen. De jongeren scoorden hoog met "De Schone Smeerlap". Thibaud  De Meester, alias Philippe Cremer,die schone..., acteerde op hoog niveau en hield de touwtjes of liever de vrouwtjes strak. Kon hij dit blijven volhouden ?  En wij bleven de komische noot trouw ! "Maak plaats, Mevrouw" kreeg onder leiding van regisseur Diane Mertens de lachers op de hand. De zakenpartners Philip (Dirk Mertens) en Herman (Kristof Andries) speelden het zo klaar dat onverwachte koppeltjes samen in bed belandden. Verwarringen alom ! Een ontspannende avond vol gulle lach en leute !

Een vleugje sciencefiction verweven met de nodige dosis techniek en vernuft ; zo kunnen wij de volgende productie "De Dag van Morgen" het best omschrijven. De 'leerlingen' van de muziekacademie vonden hun inspiratie opnieuw bij Alan Ayckbourn, de Britse toneelschrijver. Een gefrustreerde componist, een nogal naïeve escorte en een wandelende hotspot waren de ingrediënten van een bizar stuk. Toch kwam op het einde alles terug op zijn pootjes. Op 28 augustus 2015 gingen wij met zijn allen kijken naar de musical "The story of Sacco & Vanzetti" op het Donkmeer. Mooi spektakel !  In november 2015 troffen wij de toeschouwer recht in het hart met "A Shayna Maidel" of "Een Mooi Meisje". Wij vonden Luc Sergeant bereid het stuk, dat trouwens al heel lang op zijn verlanglijstje stond, voor ons te regisseren. Het werd een ontroerend familieportret over de nasleep van de Holecaust. De sterke prestatie van de twee zussen Yolien Mertens als Rose en Kelly Bergmans als Lusia, die elkaar na zovele jaren terug vinden in New York, maakte van het verhaal een boeiend kijkstuk. En om in dezelfde sfeer te blijven figureerden tal van onze leden dat jaar ook in de film van André Bosmans: "De Veer", een romantisch oorlogsdrama.

De jongeren van de muziekacademie produceerden in het voorjaar 2016  hun achtste toneelstuk en dit met de toepasselijke titel "Acht Vrouwen". Zij gingen op zoek naar de moordenaar van Marcel. Iedereen had wel ergens een motief of reden om welles-nietes de dader te zijn. Suspens alom met een verrassend einde ! Marijke De Bisschop regisseerde voor de achtste maal 'haar kids' op een bewonderswaardige manier. Daarna was de tijd aangebroken om het "Koekoeksnest" van onder het stof te halen. William Cools en Johan Letouche namen, eind 2016 in een gezamenlijke regie, de handschoen op om het reeds in 1995 gespeelde toneelwerk van Dale Wasserman een nieuw elan te geven. Het verhaal over de machtsstrijd tussen hoofdverpleegster Gevaert (Stefanie Van Grimbergen) en patiënt Fierens  (Thibaud De Meester) kon de meer dan 800 toeschouwers boeien van begin tot eind. Een historisch hoogtepunt viel ons later op het seizoen te beurt: De provinciale jury bedacht onze voorstelling met het label ' UITMUNTEND ', het hoogst haalbare bij het provinciaal tornooi .Van een opsteker gesproken!

"Les Femmes Savantes" van niemand minder dan Molière was in april 2017 de volgende pluim die de jeugd op haar hoed mocht steken. Deze klassieker uit de 17de eeuw vertelt ons het verhaal van de machtsstrijd tussen de vrouwen, die leven voor de filosofie en poëzie en de heer des huizes, die voor zijn dochter een andere partij voor ogen heeft.